Te klein voor wisselstrook

D

S Reageer! (0)


In Duitsland en Zweden komen ze steeds meer: autowegen met drie rijstroken, waarvan de middelste strook wisselt tussen beide rijrichtingen. In Nederland blijft het echter bij een stukje N50, bij Zwolle.

Het grote voordeel van deze 2+1-wegen is dat automobilisten in de spits niet lang achter een langzame vrachtwagen of trage auto met caravan hoeven te rijden. Om de zoveel kilometer hoort de middelste rijstrook bij de linker, dan wel de rechter weghelft. Een vangrail voorkomt dat tegemoetkomend verkeer frontaal botst op de inhalende auto’s. Gevaarlijke inhaalmanoeuvres op de rijbaan van tegemoetkomend verkeer zijn daarmee verleden tijd.
Dat laatste geldt ook voor wegen met tweemaal twee rijstroken, maar die zijn veel duurder om aan te leggen en vergen ook meer ruimte.
De Duitsers, de Zweden en ook de Ieren zijn enthousiast over de 2+1-wegen en leggen er steeds meer van aan. In Duitsland al ruim 1200 kilometer, in Zweden zelfs 2200. In Nederland werd in 2006 het 9 kilometer lange traject van de N50 tussen Hattemerbroek en Kampen op deze manier ingericht. De ervaringen zijn volgens Rijkswaterstaat positief, maar Nederland kent te weinig trajecten die vergelijkbaar zijn met dit stukje weg, waar de maximumsnelheid 100 kilometer per uur bedraagt.
Uit een evaluatie van Royal Haskoning DHV blijkt nu dat ook 80-kilometerwegen in Nederland niet geschikt zijn om een derde rijstrook aan te leggen. Om de inhaalfunctie goed te kunnen vervullen moet zo’n strook over een lang traject aaneengesloten zijn. 80-kilometerwegen kennen echter veel gelijkvloerse kruisingen.
Alle lof ten spijt hebben 2+1-wegen volgens het bureau ook een nadeel: aan het einde van de derde strook moet inhalend verkeer invoegen. Dit zorgt soms voor opstoppingen en gevaarlijk inhaalgedrag.




Laat een reactie achter