De pijn van een onterechte boete

D

S Reageer! (0)

Nieuw

Enkele keren per jaar bereiken ons verhalen van mensen, die forse boetes krijgen voor een verkeersovertreding op een plek waar ze nooit zijn geweest. Zie daar maar eens onderuit te komen!

Het is vooral een immens gevoel van onrechtvaardigheid, waardoor je op zo’n moment wordt getroffen. Ineens is de bewijslast namelijk omgedraaid: de overheid hoeft niet langer aan te tonen dat jij schuldig bent, maar jij moet aantonen dat je onschuldig bent. Dat is moeilijker dan het lijkt.

Het overkomt Annelies van Keulen (76). Volgens het proces-verbaal heeft ze op 1 september 2011 in Alkmaar vanuit een voorsorteervak een verkeerde afslag genomen. De boete is 180 euro plus 6 euro administratiekosten. Voor iemand met alleen AOW een aanslag op het huishoudgeld.

Ze belt me op 21 maart 2012. Aangeslagen, maar strijdbaar. ,,Het is een en al narigheid. Ik ben nog nooit in Alkmaar geweest. Ik vind het zo oneerlijk en weiger te betalen. Wat raadt u mij aan?’‘

Mijn advies is simpel en direct: betalen en wel voor de gestelde termijn. Al was het alleen maar om te voorkomen dat het verschuldigde bedrag in de kortste keren oploopt tot het drievoudige. Bovendien, zonder betaling verlies je ook de mogelijkheid om de zaak aan de rechter voor te leggen. Hij of zij is de enige, die er met een onafhankelijke blik naar kan kijken.

Hoe belangrijk dat is blijkt later. De bekeuring is van 10 oktober 2011. Twee dagen daarna maakt ze schriftelijk bezwaar. Omstreeks 8 februari 2012 krijgt ze een beslissing van de officier van justitie over haar bezwaarschrift. De officier wijst het bezwaar af op grond van het feit dat de verbalisant de gedraging en het voertuig ‘visueel heeft waargenomen’. Er zit een verklaring bij van twee verbalisanten. Later hoort ze dat ze voor 4 april moet betalen. Beroep is mogelijk bij de rechter.

Ik geloof Van Keulen op haar woord, maar probeer toch wat bewijs te verzamelen, dat ze die donderdag 1 september in jaar woonplaats Haarlem was. Vergeefs. Een mobiel heeft ze niet en haar vaste telefoon heeft ze die dag niet gebruikt. Ze schrijft elke dag in haar agenda wat ze doet, maar die dag heeft ze in rust doorgebracht. Buren om een verklaring vragen, doet ze niet. ,,Ik wil eerlijk zijn.’‘

Dat maakt haar positie moeilijk. De verklaring van een verbalisant geldt als wettig bewijs en Van Keulen kan daar niets tegenover stellen. Ik heb er een hard hoofd in, als we op vrijdag 21 december naar het kantongerecht in Alkmaar rijden en bereid haar voor op een ongunstige rechterlijke uitspraak. In elk geval kunnen we de rechter duidelijk maken hoe ernstig ons rechtsgevoel wordt beschadigd door dit soort onbegrijpelijke acties, houd ik haar voor.

Kantonrechter mr. Vroom blijkt een beminnelijke magistraat. Hij geeft Van Keulen alle gelegenheid haar zegje te doen (,,Het zit me zo hoog, ik betaal niet’‘), constateert dat er jaarlijks honderdduizenden processen-verbaal worden opgemaakt, dat mensen fouten kunnen maken en dat hij in het dossier van Van Keulen wat details mist. Op zijn vraag aan officier van justitie Jironet - Loewe of zij deze analyse deelt, knikt ze bevestigend. ,,Zullen we deze boete dan maar kwijtschelden’‘, stelt hij de officier voor. Die vindt dat een goed idee en ter plekke gaat er een dikke streep door de bekeuring. Nog even komt de vraag op tafel of de boete moet worden vastgesteld op 0 euro - wel een overtreding maar geen boete - maar ook daar heeft de officier geen behoefte aan. Wat haar betreft kan de hele beschikking van tafel, overtuigd als ze is van de rechtschapenheid van Annelies van Keulen.

Buiten de rechtszaal vallen we elkaar in de armen. Vrouwe Justitie is rechtvaardig. Of ze dat ook is, als mevrouw Van Keulen een mannelijke dertiger met tatoeages zou zijn, wagen we te betwijfelen, maar vooralsnog is ons vertrouwen in de vrouw met de zwaarden weer wat toegenomen.




Laat een reactie achter